Vernieuwde wetgeving rond ladingszekeringen

Welke normen spelen een rol?

EN 12195-1 beschrijft de berekeningsmethoden voor ladingzekering. EN 12195-2 legt veiligheids- en beproevingseisen vast voor textiele sjorbanden, terwijl EN 12195-3 van toepassing is op kettingen voor ladingzekering. Daarnaast behandelen EN 12640 de sjorpunten op bedrijfsvoertuigen, EN 12642 de sterkte van voertuigopbouwen en EN 283 wissellaadbakken voor gecombineerd vervoer. Richtlijn 2014/47/EU vormt een referentie voor technische controles van bedrijfsvoertuigen langs de weg.

Berekenen in plaats van schatten

Een veilige oplossing houdt rekening met het gewicht en zwaartepunt van de lading, de contactoppervlakte, de aantoonbare wrijving, de sjorhoeken, de sterkte van de sjorpunten en de gekozen zekeringsmethode. Bij neerbinden is de Standard Tension Force (STF), de standaard voorspankracht, belangrijk. Bij direct sjorren wordt de kracht rechtstreeks opgenomen via de Lashing Capacity (LC), de toegelaten sjorkracht. Antislipmatten kunnen de wrijving verhogen, maar alleen wanneer hun eigenschappen bekend zijn en ze geschikt en onbeschadigd zijn.

Productmarkering en controle

Het etiket van een sjorband vermeldt de technische identiteit en moet leesbaar blijven. Een ontbrekend of onleesbaar label maakt een betrouwbare beoordeling onmogelijk. Textiele sjorbanden vallen niet onder productwetgeving die een CE-markering voorschrijft; hun conformiteit blijkt uit EN 12195-2, de verplichte markeringen en de technische documentatie. Ook een sjorketting moet vóór gebruik als complete samenstelling worden gecontroleerd. Ketting, spanner, haken en verbindingsdelen moeten compatibel zijn en de laagste LC bepaalt de capaciteit van het geheel.

Veel gestelde vragen

Wie is verantwoordelijk voor een veilige ladingzekering?

Veilig transport is een gedeelde verantwoordelijkheid. De fabrikant staat in voor een conform product en duidelijke productinformatie. De werkgever zorgt voor geschikte middelen, instructies, opleiding en toezicht. De verlader beoordeelt onder meer de plaatsing, gewichtsverdeling en gekozen zekeringsmethode. De chauffeur controleert vóór vertrek het voertuig, de lading, de sjorpunten en de aangebrachte zekering.

Ook tijdens het transport blijft controle nodig, omdat een lading zich kan zetten en de spanning kan afnemen. Wanneer een betrokkene vaststelt dat de lading onvoldoende veilig is, mag veiligheid niet ondergeschikt worden gemaakt aan tijdsdruk. De precieze juridische verantwoordelijkheid hangt altijd af van de concrete omstandigheden en de toepasselijke regelgeving.

Welke technieken bestaan er om een lading te zekeren?

Een lading kan worden gezekerd door vormsluiting of blokkering, door neerbinden of door direct sjorren. Bij vormsluiting wordt vrije beweging beperkt door bijvoorbeeld een geschikte voertuigopbouw of correct geplaatste blokkering. Bij neerbinden verhoogt de voorspankracht de druk op de laadvloer en daarmee de wrijving. Bij direct sjorren nemen de sjormiddelen de transportkrachten rechtstreeks op via hun Lashing Capacity (LC), de toegelaten sjorkracht.

De juiste methode hangt af van gewicht, zwaartepunt, afmetingen, wrijving, beschikbare sjorpunten en sjorhoeken. EN 12195-1 vormt het technische kader voor de berekening. Een combinatie van methoden kan nodig zijn; de keuze mag niet uitsluitend op gevoel worden gemaakt.

Welke invloed heeft de verpakking op ladingzekering?

De verpakking beïnvloedt de stabiliteit, stapelbaarheid, contactoppervlakte en wrijving van een lading. Ze moet de krachten tijdens laden en transport kunnen opnemen zonder ongecontroleerd te vervormen of uiteen te vallen. Beschadigde verpakkingen, los verpakkingsmateriaal of samendrukbare delen kunnen ervoor zorgen dat de voorspanning van sjormiddelen afneemt.

Voor een correcte beoordeling zijn onder meer de totale massa inclusief verpakking, de afmetingen, het zwaartepunt en de eigenschappen van het contactvlak nodig. Controleer na de eerste kilometers en na onderbrekingen of de lading zich heeft gezet en of de zekering nog voldoende spanning en stabiliteit biedt.

Welke normen gelden voor ladingzekeringssystemen?

EN 12195-1 beschrijft de berekeningsmethoden voor ladingzekering. EN 12195-2 bevat veiligheids- en beproevingseisen voor textiele sjorbanden. Voor sjorkettingen vormt EN 12195-3 het relevante productkader.

Daarnaast behandelt EN 12640 de sjorpunten op bedrijfsvoertuigen en EN 12642 de sterkte van voertuigopbouwen. Richtlijn 2014/47/EU heeft betrekking op technische controles van bedrijfsvoertuigen langs de weg. Welke aanvullende voorschriften gelden, hangt af van de lading, het voertuig en het type transport.

Welke gegevens zijn nodig voor advies over ladingzekering?

Een bruikbaar advies begint met het werkelijke gewicht, de afmetingen, de vorm en het zwaartepunt van de lading. Ook de contactoppervlakte en aantoonbare wrijving met de laadvloer, de beschikbare sjorpunten, hun capaciteit en de mogelijke sjorhoeken zijn nodig. Vermeld daarnaast of de lading vormsluitend kan worden geplaatst en welke transportomstandigheden te verwachten zijn.

Op basis van deze gegevens kan worden beoordeeld of neerbinden, direct sjorren, blokkeren of een combinatie geschikt is en welke Lashing Capacity (LC) of voorspankracht nodig is. Een berekening blijft een hulpmiddel: vóór vertrek moeten voertuig, lading en volledige zekering visueel worden gecontroleerd.