
| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 14000kg 45° & 10000kg 60° |

| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 14000kg 45° & 10000kg 60° |

| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 3200kg 45° & 2300kg 60° |

| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 5300kg 45° & 3800kg 60° |
Wij werken op maat van uw project.
Neem gerust contact op om de mogelijkheden te bespreken!
Meer informatie over maatwerk
| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 8400kg 45° & 6000kg 60° |

| Norm | EN 818-4:1996+A1:2008 Klasse 10 |
|---|---|
| Vermogen (WLL) | 14000kg 45° & 10000kg 60° |
Een kettingsprong is een samengestelde hijsketting met één of meerdere kettingstrengen, een topschalm, verbindingscomponenten en geschikte eindhaken. Afhankelijk van de last kan worden gekozen voor een kettingleng, tweesprong, driesprong of viersprong. De configuratie moet aansluiten bij het gewicht, de beschikbare hijspunten en de ligging van het zwaartepunt.
Bij meersprongen wordt de last niet automatisch gelijk over alle strengen verdeeld. De hijshoek heeft bovendien een directe invloed op de trekkracht in iedere kettingstreng: naarmate de hoek ongunstiger wordt, stijgt de belasting per streng. Gebruik daarom de Working Load Limit die hoort bij het aantal dragende strengen en de werkelijke hoek.
Alle kettingen, topschalmen, verbindingsschakels, inkorthaken en eindhaken moeten qua grade, maat en capaciteit compatibel zijn. Controleer vóór iedere hijsoperatie de volledige samenstelling op rek, slijtage, vervorming, scheuren, corrosie en correcte borgingen. Het identificatieplaatje moet aanwezig en leesbaar blijven.
Een goede selectie begint vóór de samenstelling wordt gekozen. Leg gewicht, zwaartepunt, hijspunten, beschikbare hijshoogte en omgevingsinvloeden vast. Bepaal vervolgens hoeveel strengen werkelijk zullen dragen en welke hijshoek ontstaat. Deze gegevens sturen de keuze van kettingdiameter, grade, topschalm, eindhaken en eventuele inkortvoorzieningen.
Een enkele leng heeft een directe krachtlijn naar één hijspunt. Een tweesprong verdeelt de last over twee aansluitingen en kan meer stabiliteit geven. Een viersprong bedient meerdere hijspunten, maar in de praktijk dragen niet altijd vier strengen gelijkmatig. De configuratie met de meeste strengen heeft dus niet automatisch de hoogste bruikbare capaciteit.
Verschillende lengtes beïnvloeden de positie van de last en de verdeling van de krachten. Gebruik uitsluitend geïntegreerde of afzonderlijke inkorthaken die voor het kettingsysteem zijn ontworpen. Controleer na het inkorten of iedere schakel correct zit en voer een beperkte proefheffing uit om balans en aanslagpunten te beoordelen.
Voor kettingsamenstellingen zijn EN 818-4 en EN 818-6 belangrijke referenties voor samenstelling, gebruik, inspectie en onderhoud. Het identificatieplaatje en certificaat moeten aantal parten, kwaliteitsklasse en WLL traceerbaar maken. Kies volgens de last tussen kettinglengen, tweesprongen en viersprongen.





